Door Harry Geels
Termen als ‘onverdiend vermogen’ of ‘belastbare windfalls’ duiken steeds vaker op in het economische en fiscale debat. Het zijn echter geen gangbare analytische kernbegrippen uit de economische wetenschap, maar eerder normatieve en politiek-filosofische concepten die worden ingezet om bepaalde vormen van belastingheffing te rechtvaardigen.
29 september 2026

Door Harry Geels
Termen als ‘onverdiend vermogen’ of ‘belastbare windfalls’ duiken steeds vaker op in het economische en fiscale debat. Het zijn echter geen gangbare analytische kernbegrippen uit de economische wetenschap, maar eerder normatieve en politiek-filosofische concepten die worden ingezet om bepaalde vormen van belastingheffing te rechtvaardigen.
Het lijkt tegenwoordig steeds vaker te gebeuren: economen en fiscalisten gebruiken op het eerste gezicht interessant klinkende woorden die bij nadere beschouwing weinig blijken te zeggen. Met termen als ‘onverdiend vermogen’ en ‘windfalls’ wordt gesuggereerd dat mensen ‘gratis’ economische voordelen ontvangen of ‘waardestijgingen’ genieten waarvoor geen inspanning zou zijn gedaan. Zo hopen de gebruikers van deze termen dat ze een grond scheppen om belastingen te heffen.
Ondefinieerbare termen
Het grote probleem met dit soort begrippen is hun gebrekkige definieerbaarheid. Zoals ik eerder aantoonde, is het vrijwel onmogelijk om de werkelijke economische winst op een woning nauwkeurig vast te stellen. Een prijsstijging berekenen lukt nog wel, maar zodra we onderhoud, financieringskosten, verbouwingen, belastingen, eigen arbeid en inflatie meenemen, wordt het veel moeilijker om vast te stellen welk deel daadwerkelijk als economische winst kan worden beschouwd. De WSJ kwam opvallend genoeg recent met een vergelijkbaar verhaal.
Ook als het wel zou lukken de werkelijke waardestijging van een woning uit te rekenen, blijft de vraag hoeveel daarvan als risicocompensatie moet worden gezien. De koper heeft immers op een bepaald moment een grote investering aangedurfd en jarenlang de onzekerheid moeten dragen. Hetzelfde geldt voor beleggingswinsten. Die vallen grofweg uiteen in een inflatiecompensatie en een risicocompensatie, wat nadrukkelijk geen gratis winsten zijn. Er moeten analyses worden gemaakt, risico's worden genomen, kosten worden gemaakt en periodes van onzekerheid worden doorstaan.
Zelfs bij erfenissen valt te betwijfelen of de term ‘onverdiend’ zo vanzelfsprekend is als vaak wordt aangenomen. Ouders hebben waarschijnlijk bewust vermogen opgebouwd en daarbij risico gedragen. Kinderen hebben soms direct of indirect bijgedragen aan dat vermogen, bijvoorbeeld via een familiebedrijf of andere vormen van ondersteuning.
Bij erfenissen zijn er bovendien andere heikele discussiepunten. Ouders of grootouders hadden hun vermogen ook tijdens hun leven kunnen uitgeven aan consumptie, goede doelen, of schenkingen aan hun kinderen. In dat laatste geval spreken we ineens niet meer over een erfenis, maar over een schenking. Het onderscheid is economisch gezien minder groot dan vaak wordt aangenomen.
Een erfenis kan bovendien worden gezien als een vorm van uitgestelde consumptie. Het vermogen had ook besteed kunnen worden aan vakanties, auto's, luxe goederen of andere vormen van consumptie. Dat daarvan is afgezien, maakt een erfenis in economische zin tot de contante waarde van consumptie die nooit heeft plaatsgevonden. Vanuit dat perspectief kan erfbelasting ook wel worden gezien als een heffing op langdurig sparen en consumptie-uitstel.
Wat is verdiend?
Om de kracht van een begrip te testen, wordt in de logica soms gebruikgemaakt van een reductio ad absurdum: we trekken een redenering door tot haar uiterste consequentie. Zo zou ik ook kunnen betogen dat vrijwel alles onverdiend is. De ondernemer profiteert van een aangeboren talent, de belegger van marktomstandigheden of monetair beleid, de werknemer van intelligentie, gezondheid en opvoeding, en de huiseigenaar van de locatie waar hij toevallig terechtkwam.
Wie stelt dat een erfenis onverdiend is omdat de ontvanger er niet voor heeft gewerkt, zou hetzelfde moeten zeggen over intelligentie, gezondheid, talent, opvoeding en sociale netwerken. Ook die hebben mensen niet zelf gekozen of verdiend. Het begrip ‘onverdiend’ wordt dan zo breed, dat vrijwel elk economisch succes eronder valt.
Nobelprijswinnaar Friedrich Hayek maakte een vergelijkbaar punt. Volgens hem beloont de markt niet iemands (morele) verdienste, maar wat andere mensen op een bepaald moment waarderen. Een briljante wetenschapper kan arm blijven, terwijl een popster miljoenen verdient. Dat betekent niet dat de popster meer verdienste heeft. Het betekent slechts dat consumenten zijn prestaties hoger waarderen. Het onderscheid tussen verdiend en onverdiend blijkt daardoor minder scherp dan vaak wordt voorgesteld.
Nassim Taleb benadrukt in dit kader in zijn onvolprezen boek Fooled by Randomness ook het belang van toeval. Veel succes ontstaat uit een toevallige combinatie van kunde, risico en timing. We zien vooral de winnaars die rijk zijn geworden, maar veel minder de duizenden mensen die even hard werken en toch ‘falen’. Daardoor wordt het gevaarlijk om achteraf met zekerheid te verklaren welk vermogen precies verdiend of onverdiend zou zijn.
Slotgedachten
Voorstanders van erfbelasting zullen tegenwerpen dat niet de overledene maar de erfgenaam een nieuwe vermogenspositie verkrijgt. Dat lijkt een legitiem argument, maar zelfs dan blijft de vraag waarom die vermogenspositie automatisch als ‘onverdiend’ moet worden bestempeld in plaats van als een vrijwillige overdracht van eigendom door de erflater.
De economisch relevante vraag is uiteindelijk niet zozeer of vermogen verdiend of onverdiend is. De centrale vraag is welke belastingen de minste economische verstoringen veroorzaken. Zodra termen als onverdiend vermogen, gratis winst of belastbare windfall worden geïntroduceerd, verschuift de discussie van economische analyse naar morele beoordeling.
En precies daar zit het probleem. Wie iets onverdiend noemt, heeft feitelijk al een normatief oordeel geveld. Dan hebben we het niet langer over positieve economie (objectief: als x gebeurt, dan gebeurt y), maar over normatieve economie die veel weg heeft van politieke filosofie. Dat mag uiteraard, maar laten we dan ook eerlijk zijn over wat er gebeurt. In het eerder genoemde boek verwoordt Nassim Taleb dat op zijn gebruikelijke scherpe wijze: ‘Normative Economics is like religion without the aesthetics.’
Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels
| # | Наименование новости | Тональность | Информативность | Дата публикации |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Harry Geels: Een nieuw, eerlijk en simpel belastingstelsel | 0 | 6.99 | 02-09-2026 |
| 2 | Harry Geels: Wat de opmars van Big Business betekent voor de welvaart | 0 | 6.25 | 22-09-2026 |
| 3 | Harry Geels: Stop het links-rechts frame (deel 1) | 0 | 14.31 | 22-09-2026 |
| 4 | Gerd-Jan van Wiggen: Is de bankenrally ‘too good to be true’ of ‘here to stay’? | 0 | 8.88 | 23-09-2026 |
| 5 | Harry Geels: Stop het links-rechts frame – deel 2 | 0 | 12.76 | 23-09-2026 |
| 6 | Gerd-Jan van Wiggen: De clausule die pas telt als het misgaat | 0 | 9.83 | 08-09-2026 |
| 7 | Han Dieperink: Hoeveel aandelen heb je eigenlijk nodig? | 0 | 7.13 | 04-09-2026 |
| 8 | Frans Verhaar: Achter de letters ‘ABF’ gaat een hele wereld schuil | 0 | 7.89 | 01-09-2026 |
| 9 | Han Dieperink: Terug naar het oude normaal | 0 | 7.16 | 11-09-2026 |
| 10 | Joeri de Wilde: Verwacht geen klimaatactie vanuit universeel eigenaarschap | 0 | 7.35 | 22-09-2026 |